Go to Top
  Bel ons direct: +31 (0)546 - 67 10 31 

Bomdetectie

Waarom bomdetectie?
Omdat bruggen, wegen, stations en andere bouwwerken in de oorlog doelwit zijn geweest voor bombardementen is de kans aanwezig dat er juist op deze plaatsen zogenaamde NGE (Niet Geëxplodeerde Explosieven) in de bodem aanwezig zouden kunnen zijn. Om een goed profiel van de bodem te kunnen krijgen en veilig te kunnen werken wordt vaak besloten om de uitvoering van een sondeeronderzoek te combineren met een magnetometing. Dit is ook mogelijk in het veld, op het spoor en op het water.
bomdetectie blindganger

Magneto-meting
De sonderingen zijn uitgevoerd met een sondeerconus (meetpunt) met een magneto-element. Op deze manier worden de metingen gecombineerd met het in kaart brengen van metalen voorwerpen vanaf waterbodem tot einde meting.
Magnetometer Hoogveld Sonderingen

OCE deskundige
Bij de bomdetectiesonderingen is vaak een speciale OCE deskundige (Opsporing Conventionele Explosieven) aanwezig bij het onderzoek.

Aanleidingen voor het uitvoeren een vooronderzoek naar en vervolgens het zo nodig opsporen en ruimen van CE: 

blindganger 

Spontane vondst van een niet gesprongen explosief (NGE)

Bijvoorbeeld door een boer tijdens het bewerken van het land of tijdens het graven bij bouwwerkzaamheden. De spontane vondst van een NGE moet worden gemeld bij de politie. De politie besluit afhankelijk van de situatie ter plaatse of de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) gewaarschuwd moet worden. De EODD bepaald op basis van onderzoek ter plaatse welke maatregelen er worden genomen en zal dat vervolgens afstemmen met de burgemeester en de politie.

Het vermoeden dat in een bepaald gebied niet gesprongen explosieven in de (water)bodem zitten

Meestal in combinatie met bijvoorbeeld bouwplannen in dat gebied. In dat geval wordt er altijd gestart met een vooronderzoek, zonodig gevolgd door de opsporing en ruiming van NGE. Het verrichten van vroegtijdig vooronderzoek is zowel van belang voor de veiligheid, maar ook om te voorkomen dat op een later moment grote vertraging in bijvoorbeeld bouwprojecten optreedt.

Meer informatie over NGE:

Niet Gesprongen Explosieven (NGE)

De Nederlandse ondergrond verbergt nog veel niet gesprongen explosieven zoals munitie, granaten en bommen. Ze zijn vooral uit de Tweede Wereldoorlog afkomstig. De niet gesprongen explosieven worden regelmatig ontdekt bij bouw-, graaf-, bagger- en saneringswerkzaamheden. Het aantreffen van niet gesprongen brengt verschillende gevaren met zich mee.

Niet gesprongen explosieven (NGE) in de bodem zijn enerzijds afkomstig van bombardementen en gevechtshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Anderzijds is aan het einde en in de periode na de Tweede Wereldoorlog munitie geruimd en gedumpt in bijvoorbeeld watergangen, oude loopgraven, bomkraters. Om die reden is het belangrijk om te weten waar (zware) bombardementen hebben plaatsgevonden, waar (loopgraaf)gevechten en verdedigingslinies zijn geweest en waar munitie werd opgeslagen. Met name op plaatsen waar veel gevochten is, lag veel niet gesprongen of ongebruikte munitie in het veld. Dit is of in de bodem achtergebleven, of verzameld en daarna onschadelijk gemaakt dan wel gedumpt.

Betekenis van niet gesprongen explosieven

Doordat de bodem steeds vaker en ook diepgaander gebruikt wordt, bijvoorbeeld bij infrastructurele werken, ondergronds bouwen, bodemsaneringen, dijkverzwaring of warmtekoude opslag, worden ruim 65 jaar na de Tweede Wereldoorlog nog steeds niet-gesprongen explosieven gevonden. In bepaalde gebieden is een verhoogde kans op de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven. In deze gebieden is het zeer raadzaam om voorafgaande aan bouw-, grondverzet en/of baggeractiviteiten een explosievenonderzoek uit te voeren.
Het maken van een inschatting van risico's voorafgaand aan werkzaamheden voorkomt niet alleen onveilige situaties, maar ook stagnatie van het project en hierbij gepaard gaande budgetoverschrijding. Het raadplegen van de signaleringskaart met gebieden waar door historische gebeurtenissen verhoogde kans bestaat op de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven is een eerste stap bij het maken van risico afwegingen voor een plangebied. Deze signaleringskaart is opgesteld aan de hand van archiefonderzoek, literatuurstudie, ooggetuigenverklaringen en eerdere vondsten.

Wet en regelgeving

  • Landelijk is er diverse wet- en regelgeving van toepassing. In artikel 4.10 van het Arbeidsomstandigheden besluit is bepaald dat arbeid voor het opsporen, benaderen en ruimen van niet gesprongen explosieven moeten worden uitgevoerd door een (WSCS-OCE) gecertificeerd bedrijf. Deze regel treedt in werking zodra er inschattingen gemaakt gaan worden van risico's en de vervolgstappen (zoals het benaderen van een explosief). Deze regelgeving is nog niet van toepassing als er een eerste inschatting gemaakt wordt van de trefkans op niet-gesprongen explosieven in de bodem. Het doen van een historisch feitenrelaas (zoals de provinciale signaleringskaart) is niet gebonden aan de landelijke regels, zoals de WSCS-OCE.
  • Rol van de provincie: De provincie heeft geen officiële rol ten aanzien van niet-gesprongen explosieven. Door het opstellen van de signaleringskaart heeft de provincie faciliterend richten gemeenten en initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen gewerkt. Door de provincie is dan ook geen specifieke beleid opgesteld voor de omgang met niet-gesprongen explosieven.
  • Rol van de gemeente als bevoegd gezag: Bij het opsporen en ruimen van niet-gesprongen explosieven is de openbare orde en veiligheid het bepalende uitgangspunt. De burgemeester is op grond van artikel 172 van de Gemeentewet belast met de handhaving daarvan. Aan hem staan daartoe diverse bevoegdheden ter beschikking, waaronder het geven van noodbevelen en het vaststellen van een noodverordening. De beslissing om in een concrete situatie al dan niet over te gaan tot het opsporen en ruimen van explosieven is dus de bevoegdheid van de burgemeester. Er geldt overigens geen verplichting om over te gaan tot opsporing en ruiming. Dit hangt af van het concrete geval en dat wordt vooral beoordeeld in relatie tot het huidige en toekomstige gebruik van het gebied.

Opsporen van Conventionele Explosieven: WSCS-OCE

In het Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen van Conventionele Explosieven (WSCS-OCE) staan de eisen, waaraan een bedrijf moet voldoen om gecertificeerd te kunnen worden voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven. Door de grote gevaren voor veiligheid en gezondheid bij het opsporen van conventionele explosieven van de betrokken werknemers en andere personen, is in het Arbobesluit voorgeschreven dat deze werkzaamheden alleen door WSCS-OCE gecertificeerde bedrijven mogen worden uitgevoerd.

Hoogveld Sonderingen B.V. heeft personeel in dienst dat WSCS-OCE gecertificeerd (basiscertificaat) is.

Opsporen en ruimen: handreiking voor gemeenten

De regels waar een gemeente in het geval van niet gesprongen explosieven mee te maken krijgen zijn complex. Daarom is er (in 2005) een handreiking opgesteld door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) voor gemeenten die met NGE te maken krijgen, maar hier nog weinig ervaring mee hebben. Door deze handreiking "Opsporen en ruimen" worden zij snel wegwijs in deze complexe materie. De handreiking gaat in op de situatie van een spontane vondst en van voorgenomen grond werkzaamheden waar explosieven bij zouden kunnen worden aangetroffen. Ook geeft de handreiking handvaten wat te doen als er een vermoeden is van een explosief in een gebied waar geen grondwerk is gepland.